ECLI:NL:RVS:2014:383
Raad van State
- Prejudicieel verzoek
- C.J. Borman
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over extra tijd voor reductieprogramma volgens Oplosmiddelenbesluit en EG-VOS-richtlijn
Het college legde aan appellante een last onder dwangsom op wegens overtreding van het Oplosmiddelenbesluit, omdat haar lak- en coatinginstallatie niet voldeed aan emissiegrenswaarden per 31 oktober 2007. Appellante stelde dat zij voldeed aan het reductieprogramma uit bijlage IIB van de EG-VOS-richtlijn, dat extra tijd toelaat wanneer vervangingsproducten nog in ontwikkeling zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak constateerde dat het Oplosmiddelenbesluit een implementatie is van de richtlijn 1999/13/EG en dat uitleg van de richtlijn bepalend is. De kernvraag is of bijlage IIB toestaat dat exploitanten extra tijd krijgen binnen het standaardtijdschema voor reductieprogramma's. De tekst van bijlage IIB is ambigu, met tegenstrijdige interpretaties mogelijk.
De Afdeling legt daarom drie prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie: of extra tijd verplicht is toe te kennen, of hiervoor een handeling of toestemming vereist is, en op basis van welke criteria de duur van extra tijd wordt vastgesteld. De behandeling van het hoger beroep wordt geschorst totdat het Hof uitspraak doet.
Uitkomst: Behandeling van het hoger beroep wordt geschorst en prejudiciële vragen worden voorgelegd aan het Hof van Justitie.