ECLI:NL:RVS:2014:3807
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering remigratievoorzieningen wegens niet voldoen aan WWB-vereiste
De Sociale Verzekeringsbank (SVB) heeft op 30 november 2012 het besluit van 20 maart 2012 ingetrokken waarbij aan appellant voorzieningen op grond van de Remigratiewet waren toegekend. Tevens werd een bedrag van € 6.644,85 teruggevorderd. Dit omdat appellant niet voldeed aan het vereiste dat hij gedurende ten minste zes maanden voorafgaand aan de aanvraag een WWB-uitkering moest hebben ontvangen.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat de SVB onvoldoende onderzoek had gedaan en niet had meegewogen dat hij niet wist dat hij geen recht had op de WWB-uitkering. Ook voerde hij aan dat de terugvordering hem en zijn echtgenote onevenredig hard trof. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Raad van State overwoog dat de SVB terecht uitging van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam dat de WWB-uitkering met terugwerkende kracht was ingetrokken. Het feit dat appellant bezwaar had gemaakt tegen dat besluit en de procedure nog liep, maakte hieraan niet af. De SVB hoefde geen aanvullend onderzoek te doen, omdat dit niet tot een andere uitkomst zou leiden.
Verder oordeelde de Raad dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet kon weten dat hij geen recht had op de WWB-uitkering en dat er geen dringende redenen waren om van intrekking en terugvordering af te zien. De SVB had de door appellant overgelegde stukken meegewogen, maar zag geen aanleiding af te zien van intrekking en terugvordering.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking en terugvordering van remigratievoorzieningen wegens het niet voldoen aan het WWB-vereiste.