ECLI:NL:RVS:2014:3798
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit uitstel van vertrek vreemdeling wegens onredelijk beleid
De vreemdeling had op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 uitstel van vertrek gekregen tijdens zijn ziekenhuisopname. Na beëindiging van deze opname beëindigde de staatssecretaris het uitstel van rechtswege, wat de vreemdeling betwistte als onredelijk beleid. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het beleid onredelijk is omdat vreemdelingen vaak pas kort voor het einde van hun opname worden geïnformeerd, waardoor zij niet tijdig een nieuwe aanvraag kunnen indienen en een verblijfsgat ontstaat. Dit oordeel sluit aan bij een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak.
De Raad vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en het besluit van de staatssecretaris en verklaarde het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van redelijkheid in het vreemdelingenbeleid en de noodzaak om te voorkomen dat medische omstandigheden leiden tot onbedoelde verblijfsgaten.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd wegens onredelijk beleid.