ECLI:NL:RVS:2014:3697
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- F.C.M.A. Michiels
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Arbeidstijdenwet ondanks betwisting bijzondere omstandigheden
De minister legde aan appellant een boete van €45.000 op wegens negentien overtredingen van artikel 4:3, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet (Atw). Appellant betwistte dit en voerde aan dat haar directeur wegens slechte gezondheid onvoldoende toezicht kon houden, en dat de boete vanwege haar financiële positie onevenredig was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de overtredingen volledig aan appellant zijn toe te rekenen, omdat de directeur geen maatregelen had genomen ondanks zijn gezondheid en wel in staat was de rittenstaten te controleren.
Verder overweegt de Raad dat de minister bij boeteoplegging discretionaire bevoegdheid heeft, maar dat de boete passend moet zijn. Het financiële nadeel van appellant leidt niet tot matiging omdat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de boete het voortbestaan van haar onderneming bedreigt.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €45.000 wegens overtreding van de Arbeidstijdenwet en verklaart het hoger beroep ongegrond.