ECLI:NL:RVS:2014:364
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- F.S.N. Nasrullah-Oemar
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen boete Wet arbeid vreemdelingen
De minister legde op 28 maart 2013 aan verzoekster een boete van €38.000 op wegens vier overtredingen van de artikelen 2, eerste lid, en 15, tweede en derde lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. Verzoekster maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter die het bezwaar ongegrond verklaarde.
Verzoekster vroeg vervolgens de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, teneinde te voorkomen dat de boete wordt geïnd voordat het hoger beroep is beslist. Zij stelde dat invordering tot financiële problemen zou leiden en overhandigde een conceptjaarrekening 2012 en een financiële prognose voor begin 2014.
De voorzitter oordeelde dat het spoedeisend belang ontbrak omdat de financiële gegevens onvoldoende inzicht boden in een dreigende noodsituatie. De conceptjaarrekening was niet definitief en de prognoses gaven geen aanleiding tot het aannemen van een financiële noodsituatie. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 29 januari 2014 door voorzitter H. Troostwijk en ambtenaar van staat F.S.N. Nasrullah-Oemar.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de boete van €38.000 wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.