ECLI:NL:RVS:2014:3629
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen intrekking omgevingsvergunning voor prefab spaceboxen en bomenkap
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende op 29 augustus 2013 een omgevingsvergunning aan SSH Utrecht voor het herbouwen van prefab spaceboxen en het kappen van 22 bomen op het perceel Archimedeslaan 16 te Utrecht. Deze vergunning werd bij besluit van 20 november 2013 gewijzigd. Appellanten stelden beroep in tegen beide besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en verklaarde het beroep tegen het tweede besluit gegrond, vernietigde dit besluit en gaf het college opdracht een nieuw besluit te nemen.
Tegen het vernietigde besluit van 20 november 2013 werd hoger beroep ingesteld. Vervolgens trok het college op 8 september 2014 de omgevingsvergunning in, waarna SSH Utrecht de aanvraag introk. Appellanten wensten een inhoudelijk oordeel over de procedure, maar de Afdeling overwoog dat door de intrekking het beoogde doel van het hoger beroep was bereikt. Tevens ontbrak een belang bij inhoudelijke beoordeling omdat appellanten geen schade als gevolg van het besluit hadden gesteld.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak bevestigt dat intrekking van een vergunningaanvraag het belang bij hoger beroep kan doen vervallen indien geen schade is gesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang na intrekking van de omgevingsvergunningaanvraag.