ECLI:NL:RVS:2014:3533
Raad van State
- Herziening
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening uitspraak inzake vreemdelingenrechtelijke inbewaringstelling na onrechtmatige strafrechtelijke detentie
Verzoeker heeft bij de Raad van State verzocht om herziening van een uitspraak van 15 juli 2014, waarin zijn hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag ongegrond werd verklaard. Hij stelde dat op grond van een vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg was vastgesteld dat hij onrechtmatig in strafrechtelijke detentie had gezeten op 24 en 25 mei 2014.
Verzoeker betoogde dat dit tot een andere beoordeling van de vreemdelingenrechtelijke inbewaringstelling had moeten leiden, waarbij zwaarwegende belangen in zijn voordeel zouden moeten worden meegewogen. De Afdeling overwoog echter dat alleen wanneer een bevoegde rechter de onrechtmatigheid van de bevoegdheden die tot de inbewaringstelling leidden heeft vastgesteld, dit gevolgen kan hebben voor de rechtmatigheid van de vreemdelingenrechtelijke maatregel.
Verder stelde de Afdeling vast dat de staatssecretaris terecht de in het Vreemdelingenbesluit 2000 genoemde omstandigheden aan de maatregel ten grondslag had gelegd en dat verzoeker sinds 2002 in Nederland verbleef en niet vrijwillig zou vertrekken. De onrechtmatige strafrechtelijke detentie had, zelfs als deze eerder bekend was geweest, niet tot een andere uitspraak kunnen leiden.
Daarom werd het verzoek tot herziening als kennelijk ongegrond afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak wordt afgewezen omdat de onrechtmatige strafrechtelijke detentie niet tot een andere uitspraak had kunnen leiden.