ECLI:NL:RVS:2014:351
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bestemmingsplan Windpark Nieuwegein wegens Flora- en faunawet
De raad van de gemeente Nieuwegein stelde op 29 mei 2013 het bestemmingsplan 'Windpark Nieuwegein' vast, waarin de bouw van vijf windturbines is voorzien. Appellanten maakten bezwaar tegen het plan, stellende dat de windturbines zullen leiden tot aanvaringsslachtoffers onder vleermuizen en dat daarvoor een ontheffing op grond van de Flora- en faunawet nodig is die niet kan worden verleend.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de vraag of een ontheffing nodig is en kan worden verleend, in eerste instantie aan de Flora- en faunawetprocedure is voorbehouden. Het plan kan slechts worden vernietigd als vooraf duidelijk is dat de wet de uitvoerbaarheid in de weg staat. De Afdeling stelde vast dat de afstand tussen de windturbines en de percelen van appellanten te groot is om aan te nemen dat de vleermuizenproblematiek hun directe leefomgeving aantast.
Verder werd het relativiteitsvereiste toegepast: de norm uit de Flora- en faunawet beschermt de diersoorten, maar niet het individuele belang van appellanten bij behoud van hun leefomgeving. Hierdoor kon appellanten zich niet op deze norm beroepen om het plan te laten vernietigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan Windpark Nieuwegein wordt ongegrond verklaard.