ECLI:NL:RVS:2014:3096
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bewonersparkeervergunning ondanks parkeergelegenheid op eigen terrein
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees op 6 februari 2013 de aanvraag van appellant voor een bewonersparkeervergunning af, omdat hij kan beschikken over een parkeerplaats in een parkeergarage aan de ’s-Gravenzandelaan 220. Het bezwaar en het beroep van appellant werden ongegrond verklaard door het college en de rechtbank. Appellant stelde dat de beleidsregels kennelijk onredelijk zijn, onder meer omdat het parkeerprobleem door betaald parkeren is opgelost en hij financieel niet in staat is de parkeerplaats te huren.
De Raad van State overwoog dat de beleidsregels tot doel hebben de parkeerdruk op de openbare weg te verminderen en dat het college terecht geen aanleiding zag om van deze regels af te wijken. De financiële situatie van appellant was bij de beleidsregels betrokken en vormt geen bijzondere omstandigheid. Ook het betoog dat het college het gelijkheidsbeginsel zou hebben geschonden faalde, omdat andere bewoners zonder parkeergelegenheid op eigen terrein in een andere situatie verkeren.
Ten slotte werd een nieuw aangevoerd argument over de onveiligheid van de parkeerplaats niet in behandeling genomen, omdat dit niet eerder was ingebracht bij de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bewonersparkeervergunning bevestigd.