ECLI:NL:RVS:2014:2912
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing voorlopige voorziening bestemmingsplan Kust gemeente Westland
In deze zaak verzocht het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland om opheffing of wijziging van een voorlopige voorziening die was getroffen bij uitspraak van 22 augustus 2012. Deze voorziening bepaalde dat de bestemming "Natuur-Natuur" geldt voor diverse gebieden binnen het bestemmingsplan "Kust" van de gemeente Westland.
Het college wilde de strandslag Vlugtenburg verbreden vanwege verkeersveiligheidsproblemen die waren ontstaan na de aanleg van fietspad F370 en de versmalling van de rijbaan. De voorzitter overwoog echter dat de Afdeling bij de eerdere uitspraak de raad had opgedragen binnen 26 weken een nieuw plan vast te stellen, dat naar verwachting in november 2014 zou worden vastgesteld.
De voorzitter achtte het mogelijk de werkzaamheden na vaststelling van het nieuwe plan en het vervallen van de voorlopige voorziening vóór het strandseizoen 2015 uit te voeren. Hierdoor ontbrak het spoedeisend belang voor opheffing van de voorlopige voorziening. Het verzoek werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing of wijziging van de voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.