ECLI:NL:RVS:2014:2900
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling weigering verblijfsvergunning wegens gevaar voor openbare orde en belangenafweging familie- en gezinsleven
De staatssecretaris wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af wegens gevaar voor de openbare orde. De vreemdeling had een dochter uit een eerdere relatie, met wie hij geen contact had. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, omdat de staatssecretaris niet had meegewogen dat het contact met zijn dochter langzaam en onder toezicht hersteld kon worden, zoals bleek uit een conceptrapport van de Raad voor de Kinderbescherming.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat het conceptrapport niet bij de beoordeling betrokken mocht worden omdat het nieuwe informatie bevatte die ten tijde van het besluit nog niet bekend was. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte dit rapport had betrokken en vernietigde de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling toetste het besluit van de staatssecretaris opnieuw en concludeerde dat de belangenafweging, inclusief het ernstige geweldsdelict van de vreemdeling, de korte verblijfsperiode in Nederland, sterke banden met Irak en het ontbreken van een geldig paspoort, rechtmatig was. Ook werd meegewogen dat de nieuwe partner van de vreemdeling op de hoogte was van het misdrijf en dat de dochter bij de ex-echtgenote woont zonder contact met de vreemdeling.
De Afdeling verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning bevestigd.