ECLI:NL:RVS:2014:2818
Raad van State
- Herziening
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot herziening van uitspraak inzake asielprocedure afgewezen wegens termijnoverschrijding
Verzoeker heeft bij de rechtbank Den Haag verzocht om herziening van een uitspraak van 10 september 2010, waarbij het beroep tegen een besluit van de minister van Justitie werd gegrond verklaard en het besluit werd vernietigd. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd en zond het verzoek door aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het verzoek om herziening betrekking had op een eerdere uitspraak van 29 april 2011 en dat daarop moest worden beslist. Verzoeker stelde dat nieuwe feiten en omstandigheden, waaronder media-uitingen over de dood van een dochter van de voormalige Libische leider, het eerdere oordeel over de geloofwaardigheid van zijn asielrelaas ondermijnden.
Echter werd vastgesteld dat het verzoek ongeveer één jaar en tien maanden na het moment van redelijke bekendheid met deze feiten werd ingediend, zonder dat bijzondere omstandigheden waren aangevoerd die deze late indiening rechtvaardigden. Op grond van artikel 6:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht werd het verzoek daarom als onredelijk laat en kennelijk niet-ontvankelijk beoordeeld.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke late indiening en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.