ECLI:NL:RVS:2014:2714
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- E.D.A.M. Zegveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken ingebrekestelling bij niet tijdig besluit
Appellant had bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een dwangsombesluit door de minister van Veiligheid en Justitie. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat appellant de minister niet op juiste wijze in gebreke had gesteld. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze beslissing.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft overwogen dat een ingebrekestelling voldoende duidelijk moet zijn zodat het bestuursorgaan kan vaststellen op welk besluit deze betrekking heeft. Ondanks dat aan appellant geen bijzondere vormvereisten worden gesteld, was in dit geval de ingebrekestelling onvoldoende duidelijk omdat het ontbreekt aan een uniek kenmerk zoals een referentienummer dat de minister kon gebruiken om het verzoek te identificeren.
Appellant voerde aan dat zijn ingebrekestelling wel duidelijk was omdat naam, datum en briefnummer waren vermeld, maar de Afdeling oordeelde dat dit niet volstond gezien de grote hoeveelheid verzoeken die de minister ontvangt. Ook het argument dat appellant in persoon en niet als gemachtigde optrad, maakte dit niet anders. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd.