ECLI:NL:RVS:2014:2687
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Hagen
- M.A.A. Mondt-Schouten
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling bestemmingsplan IJburg 1e fase CS
De Raad van State heeft op 16 juli 2014 uitspraak gedaan over het beroep tegen het bestemmingsplan "IJburg 1e fase CS (Centrale Stad)" vastgesteld op 19 december 2013 door de gemeenteraad van Amsterdam. Appellanten en de Vereniging Leefbaarheid Zeeburgerbaai hadden bezwaar gemaakt tegen onder meer de verhoogde bouwhoogte, de omvang van platformwoningen, en de gevolgen voor milieu en waterbeheer.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening is vastgesteld, waarbij beleidsvrijheid geldt. De vermeende schending van het vertrouwensbeginsel over de bouwhoogte werd verworpen, mede omdat het ontwerpplan afwijkend was en het plan aansluit bij eerdere plannen met een bouwhoogte van 10 meter.
Verder werd geoordeeld dat de wijzigingen in het plan ten opzichte van het ontwerpplan niet zodanig zijn dat sprake is van een wezenlijk ander plan, zodat hernieuwde zienswijzen niet nodig waren. De behoefte aan platformwoningen werd onderbouwd met regionale woningbehoefte en beleidsdocumenten. De milieumodellen voor verkeer en geluid werden als betrouwbaar beoordeeld. Ook de ecologische onderzoeken en de bescherming van flora en fauna voldeden aan wettelijke eisen, waarbij aanvullende onderzoeken bij uitvoering voorzien zijn.
De bezwaren over waterkwaliteit, schade aan de waterkering en exploitatieplannen werden ongegrond verklaard. De Afdeling concludeerde dat het plan uitvoerbaar is binnen de planperiode en dat de belangen van appellanten en de Vereniging niet zodanig worden geschaad dat het plan niet vastgesteld had mogen worden.
Uitkomst: De beroepen tegen het bestemmingsplan IJburg 1e fase CS worden ongegrond verklaard.