ECLI:NL:RVS:2014:2417
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep tegen inreisverbod
Bij besluit van 11 april 2013 vaardigde de staatssecretaris een inreisverbod uit tegen de vreemdeling. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 23 september 2013 het beroep gegrond verklaarde en het inreisverbod vernietigde.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom niet was afgezien van het inreisverbod, mede gelet op de medische situatie van de vreemdeling. De Afdeling benadrukte dat de medische situatie beoordeeld dient te worden in een aparte procedure voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris zich voldoende had gemotiveerd en dat de rechtbank onjuist had geoordeeld dat het strafbaar zijn van overtreding van het inreisverbod redengevend was. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling tegen het inreisverbod ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.