ECLI:NL:RVS:2014:2357
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor windmolenpark in buitenbeschermingszone Oosterscheldekering
De minister verleende op 26 maart 2013 een vergunning aan Windpark OSK B.V. voor het oprichten en behouden van een windmolenpark in de buitenbeschermingszone van de Oosterscheldekering, geldig tot 31 december 2032. Delta Park Neeltje Jans B.V. stelde beroep in tegen deze vergunning, dat door de rechtbank ongegrond werd verklaard. Delta Park stelde onder meer dat de Waterwet een ruimer toetsingskader biedt dan door de rechtbank werd gehanteerd, dat planologische belangen en veiligheid van personeel en bezoekers onvoldoende zijn meegewogen, en dat de primaire waterkering onvoldoende beschermd zou zijn.
De Raad van State oordeelde dat planologische belangen niet aan de Waterwet kunnen worden getoetst, maar via de Wet ruimtelijke ordening. De veiligheid van het themapark zelf valt niet onder de maatschappelijke functies van het watersysteem waarop de Waterwet ziet. De primaire waterkering is adequaat beschermd, mede op basis van een stabiliteitsrapport en vergunningvoorschriften die onder meer eisen stellen aan funderingspalen en uitvoeringsplannen. De zorgen over de nabijheid van windmolens tot de vaarroute van de rondvaartboot werden ongegrond verklaard, mede omdat de vaarroute niet dichterbij mag komen dan de toegestane afstand.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van Delta Park wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor het windmolenpark bevestigd.