ECLI:NL:RVS:2014:2276
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling aansprakelijkheid vervoersonderneming voor kosten uitzetting vreemdeling
De zaak betreft een geschil over de kostenverhaal van de uitzetting van een vreemdeling op een vervoersonderneming. De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel had deze kosten op de vervoersonderneming verhaald. De rechtbank had het besluit van de minister deels vernietigd en het beroep van de vervoersonderneming gegrond verklaard.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de Koninklijke Marechaussee (KMar) al op 11 oktober 2010 een 'removal order' had gegeven, terwijl de rechtbank oordeelde dat dit pas op 15 maart 2011 schriftelijk en ondubbelzinnig aan de vervoersonderneming was meegedeeld. De Raad van State bevestigde dat de schriftelijke aanwijzing pas op 15 maart 2011 is gegeven, wat van belang is voor het moment waarop de vervoersonderneming aansprakelijk wordt voor de kosten.
Verder oordeelde de Raad dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de vervoersonderneming geen zeggenschap had over de duur van het verblijf van de vreemdeling, en dat kosten voor de periode van 15 maart tot 8 april 2011 wel degelijk voor rekening van de vervoersonderneming komen. De Raad vernietigde het eerdere vonnis en het besluit van 10 september 2012, verklaarde het beroep van de vervoersonderneming gegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 10 september 2012 wordt vernietigd, waarbij de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.