ECLI:NL:RVS:2014:2169
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.A. Hagen
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak inzake niet-ontvankelijkheid bezwaren kindgebonden budget
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het kindgebonden budget van appellante over de jaren 2009, 2010 en 2011 herzien en terugvorderingen vastgesteld. Appellante diende bezwaren in, waarvan enkele buiten de wettelijke termijn van zes weken werden ingediend. De rechtbank verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en vernietigde het besluit van 20 november 2012 voor zover daarin niet was beslist op bezwaren tegen latere besluiten.
Appellante voerde aan dat zij door omstandigheden, waaronder de afwezigheid van haar vertrouwenspersoon en onvoldoende taalvaardigheid, niet tijdig bezwaar kon maken. De Raad van State oordeelde dat appellante redelijkerwijs een ander had kunnen inschakelen om tijdig bezwaar te maken, en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.
Verder werd geoordeeld dat verrekeningsbeschikkingen, zoals die van 19 juni 2012, niet vatbaar zijn voor bezwaar op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen. Ook de acceptgiro van 21 juli 2012 werd niet als besluit aangemerkt waartegen bezwaar mogelijk is.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.