ECLI:NL:RVS:2014:2151
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N.S.J. Koeman
- L.A. van Heusden
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen vergunningverlening uitbreiding veehouderijen nabij Natura 2000-gebied
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht verleende op 15 oktober 2013 vier vergunningen krachtens de Natuurbeschermingswet 1998 voor uitbreiding of wijziging van agrarische bedrijven nabij het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Neder-Rijn. De onderlinge waarborgmaatschappij Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A. (MOB) maakte bezwaar tegen deze besluiten en verzocht om een voorlopige voorziening.
MOB stelde dat het college ten onrechte niet de voor de Vogelrichtlijn relevante referentiedatum had gehanteerd, waardoor de toename van stikstofdepositie en -emissie te laag was ingeschat. Het college erkende dat de besluiten onjuiste aannames bevatten en dat de salderingsbesluiten niet betrokken konden worden bij de vergunningverlening. Hierdoor was onduidelijk of voldoende saldo in de depositiebank aanwezig was om de vergunningen toe te kennen.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State besloot daarom de vergunningen voorlopig te schorsen tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op de ingediende bezwaarschriften, met mogelijkheid tot verlenging bij nieuw verzoek. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan MOB.
Deze voorlopige voorziening waarborgt dat de vergunningverlening wordt getoetst aan de juiste wettelijke normen en dat de belangen van het Natura 2000-gebied worden beschermd zolang de bezwaren nog niet definitief zijn beoordeeld.
Uitkomst: De Raad van State schorst de vier vergunningen voor uitbreiding van veehouderijen nabij Natura 2000-gebied tot na behandeling van bezwaren.