ECLI:NL:RVS:2014:2089
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- B.J. van Ettekoven
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom Waterwet opgelegd aan Greenpeace wegens afzinken stenen in Noordzee
Greenpeace liet in juni 2011 tijdens een protestactie 27 grote stenen met houten zeepaarden afzinken op de Klaverbank in de Noordzee. De staatssecretaris legde daarop een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 6.3 van de Waterwet. Greenpeace maakte bezwaar en stelde dat de actie was vrijgesteld van vergunningplicht op grond van artikel 6.8 van het Waterbesluit.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat Greenpeace de Waterwet had overtreden, maar de Raad van State stelde vast dat de rechtbank een onjuiste maatstaf had gehanteerd. De stenen en houten zeepaarden zijn geen afvalstoffen omdat Greenpeace zich er niet van heeft ontdaan in de zin van de Wet milieubeheer en Europese jurisprudentie.
De Raad van State nam daarbij mee dat de stenen speciaal voor de actie waren aangeschaft, de locatie exact was doorgegeven, en het doel van de actie symbolisch en gericht op milieubescherming was. Daarom was de last onder dwangsom onterecht opgelegd en werd het besluit van 30 november 2011 herroepen. Tevens werden de proceskosten aan Greenpeace toegekend.
Uitkomst: De last onder dwangsom aan Greenpeace wordt herroepen omdat geen overtreding van de Waterwet is vastgesteld.