ECLI:NL:RVS:2014:167
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat COa terecht verstrekkingen aan vreemdeling en minderjarige kinderen heeft geweigerd
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) wees aanvragen van een vreemdeling om verstrekkingen voor januari en juni 2011 af, omdat zij niet tot de categorieën vreemdelingen behoorde die volgens de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb) aanspraak konden maken op een financiële toelage.
De rechtbank 's-Gravenhage oordeelde echter dat het COa op grond van artikel 8 EVRM Pro verplicht was de vreemdeling en haar minderjarige kinderen, die als kwetsbare personen werden aangemerkt en in particuliere vrouwenopvang verbleven, een financiële toelage te verstrekken. De rechtbank vernietigde de besluiten van het COa en bepaalde dat nieuwe besluiten moesten worden genomen.
Het COa ging in hoger beroep bij de Raad van State, stellende dat het uitsluitend belast is met het verstrekken van toelagen aan de in artikel 2, eerste lid, van de Rvb genoemde categorieën vreemdelingen. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte voorbijging aan deze begrenzing en dat het COa terecht de verstrekkingen had geweigerd. De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde de beroepen ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 22 januari 2014.
Uitkomst: Het hoger beroep van het COa wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de beroepen van de vreemdeling ongegrond verklaard.