ECLI:NL:RVS:2014:1636
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Nederlanderschap wegens verzwijging huwelijk en niet voldoen verblijfsvereisten
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de intrekking van zijn Nederlanderschap door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het Nederlanderschap was verleend bij koninklijk besluit van 12 november 2007, maar later ingetrokken omdat appellant een relevant feit had verzwegen bij zijn naturalisatieverzoek: zijn huwelijk met een andere vrouw sinds 2003, waardoor hij niet meer voldeed aan de verblijfsvergunningvoorwaarden.
De staatssecretaris stelde dat appellant vanaf het huwelijk in 2003 geen duurzame en exclusieve relatie meer had met de partner op wiens grondslag zijn verblijfsvergunning was verleend. Hierdoor zou zijn verblijfsvergunning zijn ingetrokken en zou hij niet in aanmerking zijn gekomen voor naturalisatie. Appellant voerde aan dat hij in 2003 was gescheiden en later opnieuw was getrouwd, maar dit werd door de rechtbank en de Afdeling niet als voldoende bewijs erkend.
Verder stelde appellant dat hij staatloos zou worden door de intrekking, maar hij had niet aannemelijk gemaakt dat hij zijn Egyptische nationaliteit niet kon herkrijgen. Tijdens de zitting verklaarde hij die inmiddels te hebben herwonnen. De Afdeling oordeelde dat de intrekking terecht was en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van het Nederlanderschap wordt bevestigd wegens verzwijging van het huwelijk en het niet voldoen aan verblijfsvergunningvoorwaarden.