ECLI:NL:RVS:2014:1268
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- B.J. van Ettekoven
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van invordering dwangsom wegens overtreding omgevingsvergunning zonder bijzondere omstandigheden
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland legde aan appellante een last onder dwangsom op wegens het in werking zijn van haar inrichting zonder de vereiste omgevingsvergunning. Na meerdere overtredingen stelde het college een maximale dwangsom van €25.000,- vast en legde een nieuwe last onder dwangsom op. Appellante stelde zich op het standpunt dat het onderzoek naar de overtredingen onzorgvuldig was en dat andere bedrijven vergelijkbare geluiden veroorzaakten, wat niet was meegewogen.
De Afdeling overwoog dat het aan het invorderingsbesluit ten grondslag liggende rapport van een deskundig adviesbureau voldeed aan de eisen van zorgvuldigheid en controleerbaarheid. De rechtbank had terecht geoordeeld dat de verklaringen van appellante onvoldoende waren om de conclusies van het rapport te betwijfelen. Ook het feit dat tijdens bezoeken geen overtredingen werden geconstateerd, deed hieraan niet af.
Verder oordeelde de Afdeling dat het college bevoegd was om een nieuwe last onder dwangsom op te leggen, ook al was het maximale dwangsombedrag van de eerste last bereikt, omdat de inrichting nog steeds zonder vergunning in werking was. De gestelde bijzondere omstandigheden, zoals het geluidreductieplan, vormden geen reden om af te zien van handhaving.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.