ECLI:NL:RVS:2014:1126
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- B.J. van Ettekoven
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Vaststelling streefpeilen in Ooijpolder geen besluit in zin van Awb en Waterwet
Op 25 november 2011 stelde het algemeen bestuur streefpeilen vast voor de Groenlanden en de Ooijse Graaf in de Ooijpolder. De stichting Flora- en Faunawerkgroep Gelderse Poort en de vereniging IVN stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat de vaststelling geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zou zijn.
De appellanten voerden aan dat de vaststelling van de streefpeilen een peilbesluit is zoals bedoeld in artikel 5.2 van de Waterwet, met een normatief karakter en een inspanningsverplichting voor het waterschap. De Raad van State oordeelde echter dat de Ooijpolder niet was aangewezen als gebied waarvoor een peilbesluit moet worden vastgesteld en dat de vastgestelde streefpeilen slechts indicatieve doelstellingen zijn zonder rechtsgevolgen.
Daarom is de vaststelling geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro en artikel 5.2 Waterwet. De rechtbank had het beroep niet niet-ontvankelijk moeten verklaren, maar zich onbevoegd moeten verklaren kennis te nemen van het beroep. De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de rechtbank onbevoegd. Het betaalde griffierecht wordt terugbetaald.
Uitkomst: De rechtbank is onbevoegd verklaard kennis te nemen van het beroep tegen de vaststelling van streefpeilen, en het hoger beroep is gegrond verklaard.