ECLI:NL:RVS:2013:CA3622
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- N. Verheij
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging ontheffingen kolgansbescherming wegens onvoldoende motivering populatiebeheer
Het college van gedeputeerde staten van Zeeland verleende ontheffingen voor het verstoren, doden en vangen van kolganzen binnen het werkgebied van de Faunabeheereenheid Zeeland, gericht op het beperken van landbouwschade. De rechtbank Middelburg vernietigde deze besluiten wegens onvoldoende motivering, met name over het nastreven van een minimale populatieomvang en het ontbreken van beperkingen om de gunstige staat van instandhouding te waarborgen.
Het college stelde in hoger beroep dat de maatregelen noodzakelijk zijn om de populatie kolganzen te reguleren en dat deze geen afbreuk doen aan de gunstige staat van instandhouding, mede omdat de broedpopulatie in Nederland verwaarloosbaar is ten opzichte van de Europese populatie. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de bescherming van de kolgans het gehele jaar geldt en dat de gunstige staat van instandhouding binnen Nederland moet worden gewaarborgd.
Hoewel het college terecht stelde dat geen andere bevredigende oplossingen bestaan dan de verleende ontheffingen, faalde het in het voldoende motiveren waarom het weren van kolganzen noodzakelijk is in de betreffende perioden en welke populatieomvang wordt nagestreefd. Hierdoor is niet uitgesloten dat de gehele populatie overzomerende kolganzen in Zeeland kan worden uitgeroeid, wat strijdig is met de Flora- en faunawet.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en betaling van griffierecht.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van de ontheffingen wegens onvoldoende motivering over populatiebeheer en bescherming van de kolgans.