ECLI:NL:RVS:2013:CA2855
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van tewerkstellingsvergunningen voor Roemeense werknemers onder overgangsregeling
De zaak betreft het hoger beroep van [appellant sub 2] tegen besluiten van de Raad van bestuur van het UWV WERKbedrijf die aanvragen om tewerkstellingsvergunningen voor Roemeense werknemers deels afwezen en deels onder voorschriften verleenden. De rechtbank had het bezwaar van [appellant sub 2] gegrond verklaard en de besluiten vernietigd wegens onvoldoende motivering en strijd met de standstill-bepaling uit het EU-toetredingsverdrag.
De Raad van bestuur stelde dat de afname van vergunningen in 2011 was veroorzaakt door een toename van prioriteitgenietend arbeidsaanbod en dat het beleid niet was aangescherpt, maar aangepast aan gewijzigde feitelijke omstandigheden. De Afdeling oordeelde dat de Raad van bestuur dit niet voldoende had aangetoond en dat de beoordelingscriteria strenger waren toegepast dan toegestaan onder de standstill-bepaling.
[Appellant sub 2] voerde terecht aan dat de Raad van bestuur de aanvragen niet beoordeelde volgens het destijds geldende criterium, maar strengere eisen stelde, onder meer door het verplicht stellen van contact met vier specifieke uitzendbureaus. De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de Raad van bestuur ongegrond en dat van [appellant sub 2] gegrond, bevestigde de eerdere uitspraak en vernietigde het besluit van 8 mei 2012.
De Raad van bestuur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht werd aan [appellant sub 2] terugbetaald.
Uitkomst: Hoger beroep van appellant gegrond verklaard, besluit van 8 mei 2012 vernietigd en proceskosten toegewezen.