ECLI:NL:RVS:2013:CA0119
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid maatregel van bewaring bij asielwens vreemdeling
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank die een terugkeerbesluit van 30 april 2012 vernietigde en aan de vreemdeling schadevergoeding toekende wegens een daarop gebaseerde maatregel van bewaring.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel van bewaring onrechtmatig was omdat deze niet was gebaseerd op een rechtmatig terugkeerbesluit. De staatssecretaris stelde echter dat de maatregel van bewaring rechtmatig was omdat de vreemdeling tijdens het gehoor op dezelfde dag een asielwens had geuit, waardoor de Terugkeerrichtlijn niet van toepassing was en geen terugkeerbesluit vereist was.
De Raad van State overweegt dat de maatregel van bewaring inderdaad rechtmatig was op grond van de geuite asielwens en de toepasselijkheid van Richtlijn 2005/85/EG, niet de Terugkeerrichtlijn. Hierdoor was het terugkeerbesluit niet vereist voor de rechtmatigheid van de maatregel. De toekenning van schadevergoeding door de rechtbank was daarom onterecht en wordt vernietigd. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
De uitspraak benadrukt de juiste toepassing van Europese richtlijnen in vreemdelingenrecht en bevestigt dat een maatregel van bewaring kan worden opgelegd zonder voorafgaand terugkeerbesluit indien de vreemdeling asiel wenst. De Raad van State handhaaft hiermee de rechtmatigheid van de maatregel ondanks de onrechtmatigheid van het terugkeerbesluit.
Uitkomst: De toekenning van schadevergoeding aan de vreemdeling wordt vernietigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.