ECLI:NL:RVS:2013:CA0115
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in bewaring: onrechtmatige tenuitvoerlegging en schadeloosstelling
De vreemdeling werd op 19 maart 2013 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze maatregel ongegrond, maar de vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de tenuitvoerlegging van de bewaring in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum Vught, waar de vreemdeling niet gescheiden werd gehouden van gewone gevangenen, in strijd met artikel 16, eerste lid, van de Terugkeerrichtlijn. De rechtbank had dit wel erkend maar vond dat een belangenafweging mogelijk was, wat de Afdeling onjuist achtte.
De Afdeling oordeelde dat de schending van artikel 16 van Pro de Terugkeerrichtlijn geen ruimte laat voor belangenafweging en verklaarde het hoger beroep gegrond. De tenuitvoerlegging in het PPC Vught was onrechtmatig. Omdat de vreemdeling inmiddels in een ander detentiecentrum verbleef, was een wijzigingsbevel zinledig. Wel werd €700 aan schadeloosstelling toegekend voor het geleden nadeel. Het overige beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.416, toe te rekenen aan rechtsbijstand.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, onrechtmatige tenuitvoerlegging vastgesteld en €700 schadeloosstelling toegekend.