ECLI:NL:RVS:2013:BZ8710
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging voortzetting vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling na afwijzing asielaanvraag
De vreemdeling werd op 1 februari 2013 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd vanwege het ontbreken van geldige grensdocumenten en onvoldoende middelen voor verblijf en terugkeer. Na de afwijzing van haar asielaanvraag op 14 februari 2013 werd deze maatregel voortgezet. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde anders.
De Afdeling stelde vast dat na de afwijzing van de asielaanvraag het rechtmatig verblijf van de vreemdeling was geëindigd en dat de Terugkeerrichtlijn van toepassing werd. Volgens deze richtlijn en de nationale wetgeving kan een vrijheidsontnemende maatregel alleen worden voortgezet indien de vreemdeling de voorbereiding van terugkeer of verwijdering ontwijkt of belemmert. Dit was in casu niet gebleken.
De staatssecretaris had het grensbewakingsbelang en de afwijzing van de asielaanvraag aangevoerd als motieven voor voortzetting, maar dit was onvoldoende om de maatregel te rechtvaardigen. De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond en kende de vreemdeling een schadevergoeding toe over de periode dat de maatregel onrechtmatig werd voortgezet. Tevens werden proceskosten aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel werd onrechtmatig voortgezet en het hoger beroep van de vreemdeling werd gegrond verklaard met toekenning van schadevergoeding en proceskosten.