ECLI:NL:RVS:2013:BZ5378
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Walcott Oliai
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling
De vreemdeling had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel ingediend die op 20 november 2012 werd afgewezen door de minister. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. De vreemdeling stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
Op 13 maart 2013 wees de staatssecretaris een opvolgende aanvraag van de vreemdeling af. De vreemdeling maakte bezwaar tegen zijn feitelijke uitzetting en verzocht opnieuw om een voorlopige voorziening. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak was exclusief bevoegd om het verzoek te behandelen.
De voorzitter oordeelde dat er geen grond was om aan te nemen dat het hoger beroep tot vernietiging van de uitspraak zou leiden en dat de uitzetting rechtmatig was. Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de uitzetting is afgewezen.