ECLI:NL:RVS:2013:BZ4412
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inbewaringstelling vreemdeling wegens ontbreken belangenafweging
De vreemdeling was op 25 januari 2013 in vreemdelingenbewaring gesteld door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat in het dossier geen stukken aanwezig zijn die uitdrukkelijk blijk geven van de in paragraaf A6/5.3.3.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000 voorgeschreven belangenafweging. Deze belangenafweging is vereist bij inbewaringstelling van vreemdelingen, zeker wanneer sprake is van criminele antecedenten. De rechtbank heeft dit niet onderkend, waardoor de maatregel van bewaring vanaf het begin onrechtmatig is.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling gegrond. De vrijheidsontnemende maatregel wordt opgeheven en aan de vreemdeling wordt een schadevergoeding toegekend over de periode van bewaring. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De inbewaringstelling van de vreemdeling is onrechtmatig verklaard en de maatregel is opgeheven met toekenning van schadevergoeding en proceskosten.