ECLI:NL:RVS:2013:BZ3735
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende aannemelijkheid herkomst vreemdeling
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister van Justitie werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de geloofwaardigheid van de door de vreemdeling opgegeven herkomst uit de Tibetaanse Autonome Regio (TAR) of China. De staatssecretaris stelde dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat hij recent in de TAR verbleef, maar gaf geen duidelijkheid over de geloofwaardigheid van de Tibetaanse afkomst zelf.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat de staatssecretaris had geoordeeld dat de vreemdeling niet Tibetaan zou zijn. Gezien het ambtsbericht en de onduidelijkheid in het standpunt van de staatssecretaris, moest worden aangenomen dat de herkomst uit China niet ongeloofwaardig was. Hierdoor was nader onderzoek naar het risico van een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer noodzakelijk.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 25 juni 2010, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten. Hiermee werd het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond verklaard.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard.