Uitspraak
201201493/2/R4.
Raad van State
De raad van de gemeente Voorschoten stelde op 15 december 2011 het bestemmingsplan 'West' vast, dat voornamelijk een conserverend karakter heeft voor diverse woonwijken. Appellanten voerden beroep aan tegen dit besluit, met name over de bestemming van specifieke percelen en de uitbreidingen van gebruiksmogelijkheden die volgens hen niet in overeenstemming waren met de feitelijke situatie en het voorgaande bestemmingsplan 'Adegeest 1986'.
De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht onder meer de bestemming 'Gemengd' met de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd-1' voor het perceel aan de Beethovenlaan 69a en 69b, de mogelijkheid tot oprichting van een bedrijfswoning, en de bestemming 'Bedrijf' voor een perceel nabij woningen. De Afdeling concludeerde dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de nieuwe bestemmingen geen verruiming van gebruiksmogelijkheden vormden, behalve waar het ging om de bedrijfswoning en de gronden achter de woning van appellant, waar het besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid was voorbereid.
Daarnaast werd geoordeeld dat de motivering voor de bestemming 'Bedrijf' nabij woningen onvoldoende was, gezien de mogelijke hinder en de korte afstand tot woningen. De Afdeling stelde vast dat het besluit in strijd was met artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en legde een bestuurlijke lus op. De raad werd opgedragen binnen 16 weken de gebreken te herstellen door het besluit aan te passen en de gewijzigde besluiten bekend te maken. In de einduitspraak zal worden beslist over proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De raad van Voorschoten wordt opgedragen binnen 16 weken gebreken in het bestemmingsplan te herstellen en het besluit opnieuw vast te stellen.