ECLI:NL:RVS:2013:777

Raad van State

Datum uitspraak
21 augustus 2013
Publicatiedatum
21 augustus 2013
Zaaknummer
201201493/1/R4
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 3:46 AwbArt. 6:19 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging bestemmingsplan 'West' voor bedrijfswoning en perceel Van Beethovenlaan 67

Bij besluit van 15 december 2011 stelde de raad van de gemeente Voorschoten het bestemmingsplan 'West' vast. Hiertegen stelde appellant beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in een tussenuitspraak dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid en dat de bestemming 'Bedrijf' voor het perceel Van Beethovenlaan 67 onvoldoende gemotiveerd was.

De Afdeling gaf de raad opdracht de gebreken binnen 16 weken te herstellen. De raad wijzigde daarop het bestemmingsplan bij besluit van 16 mei 2013, waarbij onder meer de bedrijfswoningregeling werd geschrapt en een specifieke bedrijfsbestemming voor het perceel Van Beethovenlaan 67 werd vastgesteld.

Appellant bracht zienswijzen naar voren tegen deze herstelmaatregelen, maar voerde geen inhoudelijke gronden aan. De Afdeling verklaarde het beroep tegen het herstelbesluit ongegrond en vernietigde het oorspronkelijke besluit van 15 december 2011 voor zover het artikel 7, lid 7.1, onder n, van de planregels, het perceel Van Beethovenlaan 67 en de gronden achter de woning van appellant betrof.

De Afdeling gelastte tevens vergoeding van het betaalde griffierecht aan appellant. Hiermee is het geschil over de onrechtmatigheden in het bestemmingsplan deels beslecht, waarbij de raad verplicht werd tot aanpassing van het plan.

Uitkomst: Het bestemmingsplan 'West' is gedeeltelijk vernietigd en het herstelbesluit is ongegrond verklaard.

Uitspraak

201201493/1/R4.
Datum uitspraak: 21 augustus 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant A] en [appellant B], beiden wonend te Voorschoten, (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]),
en
de raad van de gemeente Voorschoten,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 15 december 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "West" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft onder meer [appellant] beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De raad heeft nadere stukken ingediend.
De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft desverzocht een deskundigenbericht uitgebracht.
De raad en [appellant] hebben hun zienswijzen daarop naar voren gebracht.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 november 2012, waar [appellant], bijgestaan door mr. J. Zwiers en de raad, vertegenwoordigd door mr. W. Kromhout van der Meer en ing. R. van der Mark, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
De Afdeling heeft de behandeling van de beroepen van [belanghebbenden A], [belanghebbende B] en anderen en [belanghebbenden C] tegen het besluit van 15 december 2011 afgesplitst en hierop beslist onder zaak nr. 201201493/2/R4.
Bij tussenuitspraak van 23 januari 2013, nr. 201201493/1/T1/R4, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na de verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 15 december 2011 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.
De raad heeft te kennen gegeven bij besluit van 16 mei 2013 de gebreken in het besluit van 15 december 2011 te hebben hersteld.
[appellant] is in de gelegenheid gesteld om een zienswijze naar voren te brengen over de wijze waarop de gebreken zijn hersteld.
[appellant] heeft zienswijzen naar voren gebracht.
De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.
Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. De Afdeling heeft bij de tussenuitspraak onder 6.2 en 10.2 overwogen dat het bestreden besluit wat betreft artikel 7, lid 7.1, aanhef en onder n, van de planregels en de gronden achter de woning van [appellant] niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid. Onder 12.4 heeft de Afdeling overwogen dat de bestemming "Bedrijf" voor het perceel Van Beethovenlaan 67 niet op een deugdelijke motivering berust.
2. Gelet op de tussenuitspraak is het beroep van [appellant] tegen het besluit van 15 december 2011 in zoverre gegrond. Het besluit van 15 december 2011 dient wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) te worden vernietigd, voor zover het betreft artikel 7, lid 7.1, aanhef en onder n, van de planregels, het plandeel met de bestemming "Bedrijf" voor zover dit het perceel Van Beethovenlaan 67 betreft en het plandeel met de bestemming "Verkeer" voor zover dit de gronden achter de woning van [appellant] betreft.
3. Gelet op hetgeen onder 5.4, 5.6, 5.9 en 7.2 van de tussenuitspraak is overwogen, is het beroep tegen het besluit van 15 december 2011 voor het overige ongegrond.
4. De Afdeling heeft de raad in de tussenuitspraak opgedragen om binnen 16 weken na verzending daarvan:
- met inachtneming van de overwegingen 6.1 en 6.2 het bestreden besluit, voor zover dit betrekking heeft op artikel 7, lid 7.1, aanhef en onder n, van de planregels, te wijzigen door vaststelling van een nieuwe regeling, in die zin dat bij de bestemming "Gemengd" geen bedrijfswoning is toegestaan;
- met inachtneming van de overwegingen 10.1 en 10.2 het bestreden besluit, voor zover dit betrekking heeft op de gronden achter de woning van [appellant], te wijzigen door het vaststellen van een passende planregeling voor deze gronden;
- met inachtneming van overweging 12.4 nader te motiveren waarom aan het perceel Van Beethovenlaan 67 de bestemming "Bedrijf" kan worden toegekend, dan wel een andere passende planregeling voor dit perceel vast te stellen, en
- de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mede te delen en het gewijzigd besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen.
5. Bij besluit van 16 mei 2013 heeft de raad naar aanleiding van de tussenuitspraak de verbeelding bij het bestemmingsplan "West" gewijzigd. Hierbij heeft de raad artikel 7, lid 7.1, onder n, van de planregels geschrapt. Voorts heeft de raad aan het pand Van Beethovenlaan 67 en de bijbehorende gronden de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf 3" toegekend en aan artikel 4, lid 4.1, van de planregels met verlettering van de volgende onderdelen een nieuw onderdeel d toegevoegd. Dit onderdeel d, van artikel 4, lid 4.1, van de planregels luidt: "ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf-3" uitsluitend voor een garagebedrijf, als bedoel in (en behorende tot) regel SBI-2008 code 451, 452, 454 van de Lijst van berdrijfsactiviteiten (bijlage 1 van de planregels). Ook heeft de raad aan de gronden ten zuidwesten van de woning aan de Mozartlaan 23 de bestemming "Gemengd" en de aanduiding "tuin" toegekend.
6. Het besluit van 16 mei 2013 is ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Awb mede onderwerp van het geding.
7. [appellant] stelt in zijn zienswijze voor zover het artikel 7, lid 7.1, onder n, van de planregels betreft dat ook in de zienswijze op het bestemmingsplan is verzocht de mogelijkheid van een bedrijfswoning te schrappen. [appellant] betoogt dat het niet efficiënt is dat hiertegen beroep moet worden ingesteld en een nieuw besluit moet worden genomen.
8. Nu [appellant] geen inhoudelijke gronden tegen het besluit van 16 mei 2013 heeft aangevoerd, is het van rechtswege ontstane beroep ongegrond.
9. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het beroep van [appellant A] tegen het besluit van 15 december 2011 gedeeltelijk gegrond;
II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Voorschoten van 15 december 2011, kenmerk 1804, voor zover het betreft artikel 7, lid 7.1, aanhef en onder n, van de planregels, het plandeel met de bestemming "Bedrijf" voor zover dit het perceel Van Beethovenlaan 67 betreft en het plandeel met de bestemming "Verkeer" voor zover dit de gronden achter de woning van [appellant] betreft;
III. verklaart het beroep tegen het besluit van 15 december 2011 voor het overige ongegrond;
IV. verklaart het beroep tegen het besluit van 16 mei 2013 ongegrond;
V. gelast dat de raad van de gemeente Voorschoten aan [appellant A] en [appellant B] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 152,00 (zegge: honderdtweeënvijftig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander.
Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, voorzitter, en drs. W.J. Deetman en mr. D.J.C. van den Broek, leden, in tegenwoordigheid van mr. T.L.J. Drouen, ambtenaar van staat.
w.g. Van Diepenbeek w.g. Drouen
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 21 augustus 2013
433.