Uitspraak
200801122/1), is voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel nodig dat er aan het bestuursorgaan toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend. De rechtbank heeft terecht overwogen dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat er door of namens het college een aan het college toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezegging is gedaan waaraan de rechtens te honoreren verwachting kon worden ontleend dat het college niet handhavend zou optreden tegen het handelen in strijd met artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de artikelen 2:10A en 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Midden-Delfland 2010. Hierbij is van belang dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat de desbetreffende ambtenaar zou hebben toegezegd dat [appellant] de betrokken strook openbaar groen mocht aanwenden voor de aanleg van en een gebruik als parkeerplaats. Bovendien is niet gebleken dat de desbetreffende ambtenaar bevoegd was daartoe te besluiten. Aldus kan ook niet worden aangenomen dat, zoals [appellant] stelt, handhavend optreden door het college vanwege overtreding van het bepaalde in de artikelen 2:10A en 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening onevenredig is.