ECLI:NL:RVS:2013:915
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.C. Kranenburg
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming planschade na onherroepelijk bestemmingsplan
Appellant verzocht het college om vergoeding van planschade naar aanleiding van een bouwvergunning die ontheffing verleende van het bestemmingsplan. Het college wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of appellant tijdig en voldoende duidelijk had aangegeven dat hij ook planschadevergoeding wilde ontvangen wegens het bestemmingsplan Centrum, dat onherroepelijk was geworden vóór de inwerkingtreding van de wet van 8 juni 2005. De rechtbank oordeelde dat appellant dit niet had gedaan, omdat hij in zijn aanvraag alleen de ontheffing als oorzaak van schade had genoemd en niet het bestemmingsplan.
Appellant stelde dat het aanvraagformulier onduidelijk was en dat het college zorgvuldigheidshalve navraag had moeten doen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant voldoende gelegenheid had om het bestemmingsplan als oorzaak te vermelden en dat het college niet verplicht was om nader onderzoek te doen naar de omvang van de aanvraag. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.