ECLI:NL:RVS:2013:643
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetes voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen door vennootschappen
De minister legde op 1 augustus 2011 vijf boetes op aan twee vennootschappen wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning arbeid hadden verricht. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vennootschappen ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vennootschappen voerden meerdere verweren aan, waaronder dat de boetes in strijd waren met het zorgvuldigheidsbeginsel, dat zij niet als werkgevers konden worden aangemerkt, en dat de boetes onevenredig hoog waren. De Afdeling oordeelde dat de vennootschappen wel als werkgevers in de zin van de Wav gelden, omdat zij de krantenuitgever opdracht gaven tot verspreiding en daarmee feitelijk arbeid lieten verrichten.
De Afdeling verwierp de stelling dat de boetes in strijd waren met het gelijkheidsbeginsel of dat de minister onzorgvuldig had gehandeld. Ook werd geoordeeld dat de minister voldoende bewijs had geleverd dat de vreemdelingen arbeid verrichtten zonder vergunning. De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de boetes passend en proportioneel waren gegeven de ernst van de overtredingen en de mate van verwijtbaarheid.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De boetes wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen worden bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.