ECLI:NL:RVS:2013:431
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit gedoogplicht waterloop herinrichting wegens onteigeningsbelang
Het dagelijks bestuur van het waterschap Brabantse Delta legde aan appellante een gedoogplicht op voor de herinrichting van een waterloop op haar perceel. Appellante stelde dat onteigening noodzakelijk was vanwege de omvangrijke vergravingen en het onder water komen te staan van een groot deel van haar perceel.
De rechtbank oordeelde dat onteigening niet nodig was, omdat het perceel voornamelijk dienst deed als waterloop en de bestaande functies behouden bleven. De Raad van State stelde echter vast dat het vergraven van ongeveer 16,7% van het perceel en de aanzienlijke vermindering van de bruikbaarheid, waaronder het onder water komen van delen van het perceel, onteigening rechtvaardigen.
De Raad van State vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, herroept de eerdere besluiten van het waterschap en veroordeelt het waterschap tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het besluit tot oplegging van een gedoogplicht wordt vernietigd omdat onteigening van het perceel van appellante gerechtvaardigd is.