ECLI:NL:RVS:2013:355
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- C.M. Woestenburg-Bertels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen boete Wet arbeid vreemdelingen
Bij besluit van 12 augustus 2010 legde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan verzoekster een boete van €24.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. Na bezwaar verklaarde de minister dit ongegrond. De rechtbank Noord-Nederland vernietigde het besluit en stelde de boete vast op €21.600. Verzoekster stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De voorzitter behandelde het verzoek op 8 juli 2013. Verzoekster stelde dat betaling van de boete tot financiële problemen zou leiden, maar kon dit niet onderbouwen. Hierdoor ontbrak het spoedeisend belang voor de voorlopige voorziening. De voorzitter wees het verzoek dan ook af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzitter H. Troostwijk en ambtenaar van staat C.M. Woestenburg-Bertels op 11 juli 2013.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de boete wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.