ECLI:NL:RVS:2013:2632
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- C.M. Woestenburg-Bertels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak boete Wet arbeid vreemdelingen wegens onjuiste matiging
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde een boete van €24.000 op aan [wederpartij] wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, conform artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
Na bezwaar matigde de minister de boete tot €20.000, waarbij voor werkzaamheden van vreemdeling A een matiging van 50% werd toegepast. De rechtbank verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond voor zover het de boete voor vreemdeling A betrof en vernietigde het besluit.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat sprake was van volledig ontbreken van verwijtbaarheid vanwege de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument van vreemdeling A. De werkgever had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij aan zijn zorgplicht had voldaan.
De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de minister gegrond, waardoor het beroep van [wederpartij] ongegrond werd verklaard. Een verdere matiging dan 50% was niet gerechtvaardigd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de minister gegrond, waardoor het beroep van [wederpartij] ongegrond wordt verklaard.