ECLI:NL:RVS:2013:2295
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak en ongegrondverklaring beroep verblijfsvergunning asiel Hazara
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 29 november 2012 de aanvraag van een vreemdeling, behorende tot de Hazara-minderheid, om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 4 juli 2013 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling onderzocht onder meer de rechtsvragen over de inzichtelijkheid van het ambtsbericht inzake Afghanistan van juli 2012 en de verhouding tot het rapport van professor Maley uit december 2011. De Afdeling oordeelde dat het ambtsbericht inzichtelijk is en het rapport van Maley geen aanleiding geeft tot twijfel aan de juistheid en volledigheid ervan.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Hiermee is het besluit van de staatssecretaris om de verblijfsvergunning te weigeren in stand gebleven.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep op de verblijfsvergunning asiel ongegrond.