ECLI:NL:RVS:2013:2267
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing subsidie maatschappelijke participatie wegens inkomen boven sociaal minimum
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven wees de subsidieaanvraag voor maatschappelijke participatie van een inwoner met een laag inkomen af omdat het inkomen hoger was dan 110% van het sociaal minimum. De aanvrager maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank oordeelde echter dat het college bij de inkomensvaststelling rekening had moeten houden met beslag op een deel van de inkomsten, omdat deze middelen niet vrijelijk beschikbaar zijn.
Het college stelde in hoger beroep dat de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep over bijstand niet van toepassing is op deze subsidie en dat de verwijzing naar de Wet werk en bijstand (Wwb) niet betekent dat deze jurisprudentie automatisch geldt. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de bepalingen van de Wwb wel relevant zijn voor de inkomensdefinitie in de Nadere regels en dat inkomsten waarover beslag is gelegd niet als vrij besteedbaar inkomen kunnen worden beschouwd.
Daarom bevestigde de Afdeling de uitspraak van de rechtbank dat het college bij de vaststelling van het inkomen rekening moest houden met het beslag. Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Het nieuwe besluit van het college, waarin alsnog de subsidie werd verleend, viel buiten het geschil.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.