ECLI:NL:RVS:2013:2118
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat geen nieuw feiten of omstandigheden zijn voor hernieuwde toetsing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 9 november 2012 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat voor hernieuwde toetsing van een besluit nieuwe feiten of veranderde omstandigheden moeten zijn aangevoerd die na het eerdere besluit zijn voorgevallen of niet eerder konden worden aangevoerd. De vreemdeling had aangevoerd dat de situatie voor Hazara's in Afghanistan was verslechterd en onderbouwde dit met diverse rapporten en artikelen.
De Raad van State oordeelde echter dat uit de overgelegde stukken niet blijkt dat de situatie wezenlijk was verslechterd ten opzichte van het eerdere besluit. Ook bood de algemene veiligheidssituatie in de provincie Ghazni geen grond voor bescherming op basis van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Daarom was er geen plaats voor toetsing van het besluit van 9 november 2012.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.