ECLI:NL:RVS:2013:2009
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling op verblijfsvergunning
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel wees op 30 maart 2012 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 6 juli 2012 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris niet van het horen van de vreemdeling in bezwaar kon afzien. De vreemdeling had onvoldoende stukken overgelegd ter onderbouwing van zijn aanvraag, met name ontbraken markt- en concurrentieanalyse en liquiditeitsprognose. De staatssecretaris mocht van de vreemdeling verlangen deze stukken te overleggen.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing werd genomen met toepassing van artikel 7:3 Awb Pro, waarbij afzien van horen gerechtvaardigd was omdat geen andersluidend besluit te verwachten was.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.