ECLI:NL:RVS:2013:1941
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen na hoger beroep
De minister legde appellante een boete van €184.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door Bulgaarse chauffeurs zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar appellante ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de minister onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat alle 23 vreemdelingen daadwerkelijk arbeid voor appellante hadden verricht. Slechts zes vreemdelingen waren aantoonbaar werkzaam voor appellante, terwijl de overige zeventien niet voldoende waren onderbouwd. De boete werd daarom verminderd tot het bedrag dat betrekking heeft op deze zes vreemdelingen.
Verder stelde de Raad van State vast dat appellante zich bewust was van de vergunningplicht maar nagelaten had dit te verifiëren, wat verwijtbaar is. Desondanks was de opgelegde boete van €48.000 passend en niet onevenredig. De eerdere uitspraak en het besluit van de minister werden vernietigd, en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige bewijsvoering door het bestuursorgaan en een evenwichtige toepassing van de discretionaire bevoegdheid bij boeteoplegging in het kader van de Wav.
Uitkomst: Boete verminderd van €184.000 naar €48.000 wegens onvoldoende bewijs van arbeid door alle vreemdelingen en passendheid van de sanctie bevestigd.