ECLI:NL:RVS:2013:1771
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- M.A.A. Mondt-Schouten
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over tracébesluit weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere 2013
De minister stelde op 21 maart 2013 het tracébesluit 2013 vast, dat wijzigingen aanbrengt in het eerdere tracébesluit 2011 voor de weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere. Appellant sub 2 en anderen stelden dat het ontwerpbesluit niet ter inzage lag, maar de Raad oordeelde dat de kennisgeving wel degelijk plaatsvond, waardoor hun beroep niet-ontvankelijk werd verklaard.
Appellant sub 1 voerde aan dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar de gevolgen van het tracé voor de sanering van bodemverontreiniging bij de voormalige stortplaats 'De Lepelaar'. De minister stelde dat het tracébesluit 2013 juist de bodemverontreiniging ontziet en dat de bovenafdichting niet wordt aangetast. De Raad concludeerde dat appellant sub 1 onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het tracébesluit 2013 de sanering zou belemmeren en verklaarde zijn beroep ongegrond.
De stichting betoogde dat de gewijzigde Gaasperdammertunnel onveilig zou zijn, maar kon dit niet onderbouwen. Ook hun beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Raad bevestigde daarmee de rechtmatigheid van het tracébesluit 2013.
Uitkomst: Het beroep van appellant sub 2 is niet-ontvankelijk verklaard en de beroepen van appellant sub 1 en de stichting zijn ongegrond verklaard.