ECLI:NL:RVS:2013:1760

Raad van State

Datum uitspraak
30 oktober 2013
Publicatiedatum
30 oktober 2013
Zaaknummer
201303501/1/A1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • N.S.J. Koeman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen schorsing rijbewijs en geschiktheidsonderzoek CBR

Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde appellant op 26 april 2012 een onderzoek naar zijn geschiktheid op en schorste zijn rijbewijs. Op 20 september 2012 verklaarde het CBR het bezwaar van appellant tegen dit besluit ongegrond. De rechtbank Oost-Nederland bevestigde dit in haar uitspraak van 28 maart 2013. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Het CBR stelde dat appellant geen belang meer had bij inhoudelijke behandeling van het hoger beroep, omdat zijn rijbewijs op 13 juli 2012 ongeldig was verklaard wegens het niet meewerken aan het onderzoek, en dit besluit onherroepelijk was geworden. Appellant betoogde dat vernietiging van het besluit van 20 september 2012 de grondslag voor het besluit van 13 juli 2012 zou wegnemen.

De Afdeling oordeelde dat appellant met vernietiging van het besluit van 20 september 2012 geen herroeping van het besluit tot ongeldigverklaring van zijn rijbewijs kon bereiken, omdat hij geen rechtsmiddelen tegen dat besluit had aangewend. Tevens had appellant niet aannemelijk gemaakt dat hij schade had geleden door het niet beschikken over het rijbewijs, mede omdat hij de kosten van het geschiktheidsonderzoek niet had voldaan. Daarom had appellant geen belang bij het hoger beroep, dat derhalve niet-ontvankelijk werd verklaard.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.

Uitspraak

201303501/1/A1.
Datum uitspraak: 30 oktober 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Nederland van 28 maart 2013 in zaak nr. 12/5011 in het geding tussen:
[appellant]
en
de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: het CBR).
Procesverloop
Bij besluit van 26 april 2012 heeft het CBR [appellant] een onderzoek naar de geschiktheid opgelegd en de geldigheid van zijn rijbewijs geschorst.
Bij besluit van 20 september 2012 heeft het CBR het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 28 maart 2013 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
Het CBR heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting aan de orde gesteld op 23 september 2013.
Overwegingen
1. Het CBR stelt dat [appellant] geen belang meer heeft bij een inhoudelijke behandeling van zijn hoger beroep, nu het CBR zijn rijbewijs bij besluit van 13 juli 2012 ongeldig heeft verklaard wegens het niet meewerken aan het onderzoek naar de geschiktheid en dit besluit inmiddels in rechte onaantastbaar is geworden. Volgens het CBR heeft [appellant] de gestelde schade niet aannemelijk gemaakt, onder meer omdat hij de kosten voor het onderzoek niet heeft voldaan.
1.1. [appellant] betoogt dat hij niettemin belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep, omdat het besluit van 13 juli 2012 mede is gebaseerd op de uitkomsten van het onderzoek dat hem bij het besluit van 26 april 2012, dat bij besluit van 20 september 2012 in stand is gelaten, is opgelegd. Volgens [appellant] komt aan het besluit van 13 juli 2012 de grondslag te ontvallen, indien het besluit van 20 september 2012 wordt vernietigd.
1.2. Bij besluit van 13 juli 2012 is het rijbewijs van [appellant] ongeldig verklaard. [appellant] heeft geen rechtsmiddelen tegen dit besluit aangewend, zodat dit besluit in rechte onaantastbaar is geworden. Anders dan [appellant] betoogt, kan hij met een vernietiging van het besluit van 20 september 2012 geen herroeping van het besluit tot ongeldigverklaring van zijn rijbewijs bereiken. [appellant] heeft voorts niet tot op zekere hoogte aannemelijk gemaakt dat hij schade heeft geleden door het niet beschikken over het rijbewijs. Nu hij de kosten voor het onderzoek naar de geschiktheid niet heeft voldaan, kan de door [appellant] gestelde schade ook niet daarin zijn gelegen. Ook anderszins kan [appellant] door het hoger beroep niet in een gunstiger positie geraken. Hij heeft daarbij dan ook geen belang.
2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. N.S.J. Koeman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Graaff-Haasnoot, ambtenaar van staat.
w.g. Koeman w.g. Graaff-Haasnoot
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 30 oktober 2013
531-776