ECLI:NL:RVS:2013:1716
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. van Buuren
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor bouw vrieshuis ondanks bezwaren parkeerplaatsen en milieueisen
Het college van burgemeester en wethouders van Bunschoten verleende op 8 augustus 2011 een omgevingsvergunning aan Kobi B.V. voor het slopen van een kantoorgebouw en het bouwen van een vrieshuis met kantoren op een perceel te Bunschoten. Kobi B.V. maakte bezwaar tegen deze vergunning, met name over de milieueisen in verband met de mogelijke gebruiker van het vrieshuis en de parkeerfaciliteiten op eigen terrein.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van Kobi B.V. ongegrond en bevestigde de vergunningverlening. Kobi B.V. stelde in hoger beroep dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de toekomstige gebruiker, een pluimveebedrijf, en dat daardoor de milieueffecten onjuist waren beoordeeld. Ook stelde zij dat de parkeervoorzieningen onvoldoende waren en dat de manoeuvreerruimte voor vrachtwagens te beperkt was.
De Raad van State oordeelde dat het college mocht uitgaan van de informatie van de vergunninghouder dat nog niet bekend was wie de gebruiker zou worden en dat het beoogde gebruik binnen het bestemmingsplan paste. Het akoestisch onderzoek en de maatwerkvoorschriften boden voldoende waarborg dat aan de milieueisen werd voldaan. De bezwaren over de parkeervoorzieningen en manoeuvreerruimte werden door de rechtbank terecht verworpen, en nieuwe argumenten die pas in hoger beroep werden ingebracht, werden buiten beschouwing gelaten.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vergunningverlening en verklaart het hoger beroep ongegrond.