ECLI:NL:RVS:2013:1694
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- R. Uylenburg
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningen elektriciteitscentrales Maasvlakte wegens onvoldoende passende beoordeling stikstofdepositie
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland verleende in 2008 vergunningen aan GDF Suez en E.ON voor de aanleg en het gebruik van twee kolen- en biomassagestookte elektriciteitscentrales op de Maasvlakte te Rotterdam. Stichting Natuur en Milieu, Vereniging Verontruste Burgers van Voorne en Stichting Greenpeace Nederland maakten bezwaar en stelden beroep in tegen de besluiten die deze vergunningen met gewijzigde motivering in stand hielden.
De kern van het geschil betrof de passende beoordeling van de gevolgen van de projecten op de omliggende Natura 2000-gebieden, met name de effecten van stikstofdepositie. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de passende beoordeling onvoldoende inzicht gaf in de uitvoering, effecten en blijvende aard van instandhoudingsmaatregelen en onvoldoende kwantificeerde in hoeverre de stikstofdepositie door de centrales wordt gecompenseerd. Ook werd onvoldoende rekening gehouden met cumulatieve effecten van andere projecten.
De Afdeling concludeerde dat het college ten onrechte meende dat de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden niet zouden worden aangetast zonder aanvullende mitigerende maatregelen. Daarom werden de besluiten vernietigd. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan de appellanten.
Uitkomst: De vergunningen voor de elektriciteitscentrales worden vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing dat de stikstofdepositie de Natura 2000-gebieden niet aantast.