ECLI:NL:RVS:2013:166
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- J.J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verzoek tot uitstel van uitzetting op medische gronden
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel wees een verzoek van een vreemdeling om uitstel van uitzetting op grond van medische redenen af. De vreemdeling maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, die het bezwaar gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de staatssecretaris voldoende zorgvuldig had gehandeld door het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) te volgen, ondanks dat de vreemdeling niet persoonlijk door een BMA-arts was onderzocht. De Raad overwoog dat het BMA-advies zorgvuldig tot stand was gekomen, mede doordat het gebaseerd was op informatie van de behandelend psychiater, en dat het protocol toestaat dat een BMA-arts volstaat met het telefonisch opvragen van informatie.
De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de vergewisplicht niet was nagekomen. Ook was het horen van de vreemdeling in de bezwaarprocedure niet verplicht, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees de Raad het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van uitstel van uitzetting wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.